Een verhaal voor het kind dat vraagt: en wat als?
Sommige kinderen zitten aan tafel en bedenken hardop of de wolken van suikerspin zijn, of waar de maan overdag heen gaat. Ze tekenen dieren die niet bestaan en geven ze een naam. Als jouw kind zo’n dromer en bedenker is, dan voelt de gewone wereld soms net iets te klein.
Een fantasieverhaal geeft die wereld de ruimte om groter te worden. Niet zomaar "alles is anders", maar een plek met eigen regels die je kunt ontdekken: waar het licht in de tuin groeit, of waar je een schaduw kunt uitlenen. En jouw kind stapt er niet als toeschouwer in, maar als de hoofdpersoon die uitzoekt hoe het er werkt.
Een verzonnen wereld doet nog iets anders. Hij geeft afstand. Iets groots, een groot gevoel of iets dat een beetje eng is, mag daar gebeuren zonder dat het te dichtbij komt. Je kind kijkt ernaar vanaf een veilige plek, want het gebeurt in Ravel of Wolkenland, niet in de eigen slaapkamer. De wereld is verzonnen, maar de gevoelens erin zijn echt.
Het verhaal past zich aan de leeftijd van je kind aan, in toon en in hoe ver de wereld durft te gaan. Je vertelt wie je kind is, hoe de hoofdpersoon eruitziet en wat er speelt; een foto is niet nodig, een naam is genoeg. De rest wordt eromheen bedacht.
Wat dit soort verhaal je kind geeft
- Een wereld met eigen regels die je kind zelf mag ontdekken, in plaats van uitgelegd krijgen.
- Veilige afstand: iets spannends of een groot gevoel mag gebeuren net ver genoeg weg om er goed naar te durven kijken.
- De verwondering van het binnenstappen, en de rust van weer thuiskomen met iets nieuws in je zak.
- De wereld is verzonnen, de gevoelens zijn echt; daarom blijft er iets van hangen als het boek dichtgaat.
Zo klinkt dat
In Ravel groeide het licht in de tuin, net als bloemen. Elke avond plukte Nora één lampje en zette het op haar vensterbank. Wie een lampje kreeg, mocht er één geheim aan vertellen. ’s Morgens was het geheim opgelost in de dauw, en gloeide het lampje een beetje warmer dan de rest.
Veelgestelde vragen
- Wat is het verschil tussen fantasie en een sprookje?
- Een sprookje leunt op vertrouwde vormen: "er was eens", magie, het goede dat wint. Fantasie bouwt juist een eigen wereld met eigen regels, die de rest van het verhaal consequent blijven gelden. Denk minder aan toverspreuken en heksen, meer aan een plek waar de zwaartekracht net anders werkt en je kind uitzoekt hoe.
- Raakt mijn kind niet in de war van een verzonnen wereld?
- Kinderen weten heel goed dat een verzonnen wereld niet echt is; ze spelen de hele dag zo. Juist doordat het duidelijk verbeelding is, ontstaat er ruimte om vrij te bedenken en te voelen. Het verhaal blijft ook steeds bij je kind: het begint en eindigt herkenbaar, met een terugkeer naar het gewone.
- Kan de fantasiewereld helpen bij iets dat echt speelt?
- Vaak wel, juist door de afstand. Iets dat in het echt te groot of te dichtbij is, kan in een andere wereld wel bekeken worden: een draak die eng lijkt maar bang blijkt, een reis die op iets van thuis rijmt. Je vertelt wat er speelt, en het verhaal verpakt dat in een verzonnen wereld, net ver genoeg weg om er veilig naar te kijken.
Andere soorten verhalen
Thema's die hierbij passen
Maak een verhaal dat past bij jouw kind
Maak een persoonlijk verhaal