Een verhaal voor het kind dat denkt: dit kan ik niet

Er zijn van die momenten waarop je kind al bij voorbaat afhaakt. De hand gaat niet omhoog in de klas, de fiets zonder zijwieltjes blijft in de schuur, of je hoort "ik kan het toch niet" nog voordat het geprobeerd is. Jij ziet ondertussen precies wat je kind wél kan, en dat het dat zelf even niet ziet.

Een verhaal zet zelfvertrouwen niet zomaar aan. Dat is geen schakelaar, en het verhaal doet ook niet alsof. Wat het wél doet: het geeft je kind een personage dat net zo twijfelt, dat ook een keer valt, en dat toch weer opstaat. Niet omdat iemand roept dat het geweldig is, maar omdat het zelf iets voor elkaar krijgt.

Het verhaal past zich aan de leeftijd van je kind aan. Een kind van vier durft iets niet en heeft een knuffel of een ouder dichtbij nodig om het toch te proberen. Een kind van tien vergelijkt zich met anderen die het beter lijken te doen, en heeft iets anders nodig: het besef dat falen geen eindpunt is maar informatie.

En het eindigt niet met "en nu ben je nergens meer bang voor". Een beetje spanning mag blijven, dat is juist echt. Het eindigt met een klein, verdiend gevoel: dit heb ik zelf gedaan. Precies rond wat er bij jouw kind speelt.

Je hoeft je kind hier niet in één gesprek doorheen te praten. Het verhaal doet een stukje van het werk, door te laten zien in plaats van te vertellen dat het goed komt.

Wat dit verhaal doet

  • Je kind is niet het zielige kind dat gered wordt, het is degene die zelf de kleine stap durft te zetten.
  • Groeien gaat stap voor stap: eerst moeilijk, dan iets minder moeilijk, niet ineens alles tegelijk.
  • Het personage twijfelt ook, en valt ook. Dat maakt de moed geloofwaardig in plaats van gemakkelijk.
  • De complimenten zijn concreet: "je was dapper", "je hield vol", niet een vaag "je bent geweldig".

Hoe het verhaal meegroeit met je kind

Kies de leeftijd van je kind en zie hoe hetzelfde thema meegroeit, van kleuter tot bijna-tiener.

Voor een kind van 6 jaar

Rond zes hoor je vaak "ik kan dit niet" bij iets moeilijks. Het verhaal laat zien dat oefenen helpt: eerst gaat het stroef, met een tip wordt het iets minder moeilijk.

Zo ziet dat eruit

Het kind snapt de letters van zijn naam niet. Met een tip van de juf oefent het, en na een tijdje staat de hele naam er, scheef maar zelf geschreven.

Veelgestelde vragen

Mijn kind vergelijkt zich steeds met anderen, helpt dit?
Het verhaal draait de blik naar binnen in plaats van naar de ander. Je kind is de hoofdpersoon en groeit door eigen inzet, niet door beter te zijn dan een klasgenootje. We gebruiken nooit een ander kind als maatstaf, want dat voedt het vergelijken juist. Wat blijft hangen is een klein, eigen "dit heb ik zelf gedaan".
Krijgt mijn kind zo niet het idee dat het meteen overal goed in moet zijn?
Nee, dat vermijden we bewust. Het personage twijfelt, probeert en valt eerst, en groeit dan stap voor stap. Een beetje spanning blijft, want dat hoort erbij en is realistisch. Het gaat niet om "nergens meer bang voor", maar om durven proberen ondanks de zenuwen.
Kan het verhaal over iets gaan waar mijn kind nu tegenop ziet?
Ja. Je vertelt in het kort waar je kind nu mee worstelt, een spreekbeurt, leren zwemmen, een nieuwe klas, en het verhaal wordt daaromheen geschreven met je kind als hoofdpersoon. Zo herkent je kind zichzelf en de situatie, in plaats van een algemeen verhaaltje over dapper zijn.

Verwante thema's

Maak een verhaal dat past bij jouw kind

Maak een persoonlijk verhaal