Voor wie maak je dit verhaal?
Hier begint het verhaal van het kind. De naam, de leeftijd en waar het kind van houdt bepalen samen hoe het verhaal klinkt en wat de hoofdpersoon doet. Hoe meer je deelt, hoe meer het kind zich erin herkent.
De naam wordt de hoofdpersoon van het verhaal, zodat het kind zich er meteen in herkent.
We stemmen de taal, de lengte en de spanning af op de leeftijd. Een verhaal voor een kind van 4 leest anders dan voor een kind van 9.
Bepaalt wie de hoofdpersoon is in het verhaal en op de illustraties.
Hier bouwen we het verhaal mee op: waar het kind van houdt, wordt waar het verhaal om draait. Een kind dat van voetbal houdt, lost iets op zoals een voetballer dat zou doen. Eén of twee dingen is genoeg — hoe concreter, hoe beter.
Je leest eerst het hele verhaal gratis. Pas als je tevreden bent, bestel je het boek.