Een verhaal dat ruimte geeft aan grote gevoelens

Het ene moment speelt je kind gewoon, het volgende ligt het stampend op de grond en is er geen doorkomen aan. Een driftbui om iets kleins, boosheid die uit het niets lijkt te komen, tranen die maar niet stoppen. Je ziet dat het gevoel groter is dan je kind zelf, en dat het niet weet waar het ermee heen moet.

Een verhaal maakt die buien niet weg. Dat kan het niet, en dat probeert het niet. Wat het wél doet: het geeft je kind een personage dat precies hetzelfde voelt. Een personage bij wie de wangen gloeien en de vuisten bonken, dat boos of teleurgesteld mag zijn zonder dat iemand zegt dat het nu maar eens rustig moet worden.

Het verhaal past zich aan de leeftijd van je kind aan. Een kind van vier voelt vooral een enorm gevoel dat eruit moet, met het hele lijf. Een kind van tien wordt door een emotie meegesleurd en merkt pas achteraf dat het iemand geraakt heeft. Voor allebei ligt het gevoel anders, dus de woorden ook.

En het gevoel krijgt in het verhaal eerst een precieze naam, niet zomaar "boos", maar bijvoorbeeld zo teleurgesteld dat de keel dichtknijpt. Daarna een veilige uitweg: hard roepen in een kussen, rennen, iets stevigs knijpen. Het eindigt niet met een lesje over rustig zijn, maar met opluchting: het gevoel is gezakt, en het mocht er zijn.

En jij hoeft dit niet perfect op te lossen. Je hoeft de bui niet weg te praten of meteen de juiste woorden te hebben; soms is naast je kind blijven zitten genoeg, en het verhaal doet een deel van dat werk voor je.

Wat dit verhaal doet

  • Het geeft het gevoel eerst een precieze naam, zodat je kind snapt wat er van binnen gebeurt: niet alleen "boos", maar teleurgesteld, jaloers of overweldigd.
  • Je kind mag het gevoel eerst helemaal voelen, voordat er iets mee gedaan wordt. Niets wordt weggewuifd of ingeslikt.
  • Het laat een veilige uitweg zien die past bij dit kind: bewegen, tekenen, hard roepen in een kussen. Nooit iets kapotmaken of iemand pijn doen.
  • Als er een volwassene bij is, doet die mee in plaats van het over te nemen. En het gevoel verandert doordat je kind er zelf iets mee doet.

Hoe het verhaal meegroeit met je kind

Kies de leeftijd van je kind en zie hoe hetzelfde thema meegroeit, van kleuter tot bijna-tiener.

Voor een kind van 7-9 jaar

Op deze leeftijd overspoelt een groot gevoel je kind en zijn de woorden even op. Het verhaal laat zien hoe je het kwijt kunt zonder iemand te kwetsen, en dat het gevoel een signaal is, geen baas.

Zo ziet dat eruit

Het kind kan het even niet meer zeggen en schrijft alles op in een schrift. Op papier wordt het gevoel iets wat je kunt lezen in plaats van iets wat je overneemt.

Meer over verhalen voor kinderen van 7-9 jaar

Veelgestelde vragen

Leert dit mijn kind zijn boosheid te onderdrukken?
Nee, juist het tegenovergestelde. Het gaat er niet om dat je kind gevoelens wegstopt of inslikt, maar dat het ze leert benoemen en er een veilige uitweg voor vindt. Boosheid, teleurstelling en verdriet mogen er allemaal zijn, zolang niemand er pijn van krijgt. Het verhaal straft het gevoel nooit af.
Laat het verhaal zien dat je mag slaan of gooien als je boos bent?
Nee. Geweld komt nooit als uitlaatklep in beeld, en wordt ook nooit goedgepraat. De uitwegen die het verhaal laat zien doen niemand pijn: rennen, stampen, iets stevigs knijpen, hard roepen in een kussen, tekenen of het gewoon hardop zeggen tegen iemand die rustig naast je zit.
Kan het verhaal over de driftbuien van mijn eigen kind gaan?
Ja. Je vertelt in het kort wat er bij jullie speelt, en het verhaal wordt daaromheen geschreven, met je kind als hoofdpersoon. Zo herkent je kind zichzelf en zijn eigen gevoel, in plaats van een algemeen verhaaltje over boosheid.

Verwante thema's

Maak een verhaal dat past bij jouw kind

Begin je verhaal